zaterdag 21 maart 2015

Hoezo borstvoeding maffia?


  

Het lijkt evident dat borstvoeding het beste voor baby’s is, schrijft Phaedra Werkhoven op 21/2/15 in haar NRC  artikel  met de kop ‘Volgende stap van de borstvoedingsmaffia’. Werkhoven toont daarmee, ondanks het zelf 4 kinderen langdurig borstvoeden, ambivalentie tegenover borstvoeding en haar voorstanders.

Er bestaat geen borstvoeding maffia in Nederland. Het gebruik van de term is een uiting van horizontaal geweld en frustratie. Het bagataliseert de intenties van medevrouwen. Borstvoeding voorstanders worden er belachelijk mee gemaakt.


              Maria Lactans van Leonardo da Vinci.
'De getoonde scène activeert herinneringen aan de eigen moeder, borstvoeding, melk, huid-op-huid-aanraking, enzovoort en zijn herinneringen die als posthypnotische suggesties (ankers) opgeslagen liggen en die doorgegeven kunnen worden' (Johan Eland, 2014, https://www.hypnosementor.nl/schilderijen-vergroten-suggestibiliteit/).


Werkhoven schrijft het artikel in de NRC als afleider voor eigen verlies. Ze uit zich als gekwetst door de KNOV, de beroepsorganisatie van verloskundigen, door het onderschrijven van de WHO code in 2014 en het als gevolg daarvan nu verbreken van de banden met de titels van Sanoma. De kans is groot dat er titels van tijdschriften verdwijnen en banen verloren gaan. Mogelijk staat haar eigen baan op de tocht of misschien schrijft ze in opdracht van een producent van babyvoeding.

Reclame maken voor moedermelk vervangende en andere kindervoeding (lees voedsel voor baby’s vanaf 3 maanden) wordt in ons land getolereerd onder invloed van de sterke lobby van de industrie, hoewel in strijd met de WHO- code. Het is een belangrijk exportproduct. Volgens de WHO betreft het verbod, de periode van de eerste 6 maanden. De code werd wereldwijd ondertekend, behalve door een paar landen met een grote export van babyvoeding. 

Moeders die kiezen voor borstvoeding, hebben hulp en bescherming nodig tegen activiteiten van de flesvoedingindustrie en de media. Hoe subtiel er reclame gemaakt en geschreven wordt blijkt uit het artikel en uit de inhoud van baby dozen en tijdschriften gericht op de doelgroep in ons land. Weinig of ambivalente promotie van borstvoeding is een heldere boodschap over de voorkeur voor
kunstvoeding.  
  
Het gedrag van moeder en kind vlak na de bevalling ten aanzien van borstvoeding is diep verankerd en wordt spontaan getoond als er geen beroep wordt gedaan op moeders cognitie - er geen aansporingen worden gedaan om dingen te doen of te laten - en aansluitend aan de bevalling, de baby naakt op de blote borst van de moeder wordt gelegd en daar ten minste 30 minuten ongestoord en er in rust verblijft. Moeder en kind moeten dus met rust gelaten en gerespecteerd worden http://youtu.be/ZcG_lGwpXk4.

Na een inleiding van de baring met chemische oxytocine is dit zg zoekgedrag van de baby minder, vertraagd of de eerste dagen niet aanwezig. Dit betekent dat inleiden met chemische oxytocine het fysiologische gedrag van het kind verstoort en er extra aandacht nodig is voor deze groep moeders en kinderen bij het starten van de borstvoeding (Olza Fernández et al. 2012).      
  
           
Moeders die borstvoeding niet zien zitten, stellen zich daar psychologisch op in en zijn dan ook niet in staat om borstvoeding te geven. Dit is geen verwijt, dit is een feit. Elke inlevende enigszins ervaren verloskundige onderkent dit en zal niet verder aandringen, want dat werkt alleen maar averechts.

Moeders zijn vrij om voor borstvoeding of flesvoeding te kiezen, er mag niet worden gedwongen of worden uitgespeeld via de moraal van professionals, industrie  of leken.
In Nederland zijn professionals verplicht te werken met de cyclus informed consent en informed choice (Wet WGBO). Dat garandeert autonome keuzes. Vanzelfsprekend wordt hierbij rekening gehouden met de hogere sensitiviteit en kwetsbaarheid van zwangere, barende en voedende vrouwen.
Dat de KNOV, de beroeps organisatie van verloskundigen, nu eindelijk actief de WHO            borstvoedingcode respecteert en ernaar handelt is pure winst voor alle Nederlandse moeders en hun baby´s. Daardoor verbeteren condities om vaker en langer de borst te geven.  

Literatuur
Olza Fernández, I., Marín Gabriel, M, Malalana Martínez A., Fernández-Cañadas Morillo A, López Sánchez, F., Costarelli, V. (2012). Newborn feeding behaviour depressed by intrapartum oxytocin: a pilot study. Acta Pædiatrica, 101(7), 749-754.


 
 
 



 
 



 
 
 
 
 
 
 

 

 
 
 

 
 

 
 
 
 
 
 




 
.

            

 
 
 
 
 
 

 
 
 
 
 
 
 
 
 



 
 
 
 

 

 
 
 

vrijdag 14 november 2014

Zwangere vrouw 'Queen of Care'


Het is evident dat zwangerschap en baring optimaal moeten verlopen voor een zo gezond mogelijk nageslacht. De WHO stelt dat ‘het meest belangrijke doel en de verantwoordelijkheid van verloskundigen en artsen is te streven naar normaal verloop van zwangerschappen en het normaal houden van baringen’ (WHO, 1996, 2009). Dit, omdat zwangerschap, bevalling en kraambed fysiologische processen zijn die meer sociaal dan medisch van aard zijn. Het is een ‘life changing event’. De begeleiding moet daarop aansluiten en primair sociaal - en secondair medisch gericht zijn.
Dat is nog niet het geval in Nederland.


Permalink voor ingesloten afbeelding


Over reeksen van jaren zijn vooral medisch technische programma’s en meetinstrumenten
ontwikkeld, die bevestigen of ontkennen dat het proces normaal verloopt. Dat maakt de huidige zwangerschapszorg door verloskundigen en artsen strikt medisch van aard en wordt er voorbij gegaan aan de sociale component, met name aan de in de zwangerschap toenemende behoeften van zwangere vrouwen aan vertrouwde relaties en hechtere sociale banden c.q. sociaal medische support van iemand die ze leren kennen.

Vrouwen hebben, meer dan mannen, behoefte aan de opbouw van persoonlijke relaties, omdat ze inter-persoonlijk georiënteerd zijn (van Vugt, de Cremer & Janssen, 2007). Voor zwangere vrouwen geldt dit des te meer, door evident toenemende behoefte aan vertrouwde relaties en hechtere sociale banden, door fysiologische neuro hormonale veranderingen, naarmate de zwangerschap vordert (Kim, Mayes, Wang, et al., 2010; Kosfelf, Heinrichs, Zak, et al., 2005). 
 
Relatieopbouw van zwangere vrouwen met een eigen verloskundige of arts tijdens de
zwangerschap heeft een significant positief effect op de uitkomsten. Daar waar in zorgsystemen geen relatieopbouw structureel geboden wordt treden meer voortijdige bevallingen op, wordt er significant vaker tijdens de zwangerschap verwezen naar specialisten, vinden er meer interventies plaats en suggereren de meest recente bevindingen dat vrouwen minder vaak spontaan starten met de à terme bevalling (Oudshoorn, 2014; Sandell, Soltani, Gates, Shennan & Devane, 2013).

Conclusie: het actief bevorderen van normaal verloop van de zwangerschap en het normaal houden van de baring met persoonlijke continuïteit van een begeleider zorgt voor beter verloop van de zwangerschap en vaker spontaan en zonder interventies baren. Dat vermindert korte en lange termijn effecten, morbiditeit, bij moeder en kind, houdt ze gezond en reduceert de zorgkosten (Bell, Erickson & Carter, 2014; DBC, 2014; Dahlen, Kennedy, Anderson, et al., 2013; Olza-Fernández, Marín Gabriel, Gil-Sanchez , et al., 2014; Tracy & Tracy, 2003).

Daarom ‘Iedere zwangere vrouw haar eigen verloskundige of arts vanaf het prille begin tot aan het einde van de zwangerschap’.

 

Doen
1.      Bereken hoeveel tijd het kost als een vaste verloskundige of arts een bepaald aantal zwangere vrouwen per jaar individueel in uw praktijk of team tijdens de gehele zwangerschap, inclusief minimaal twee huisbezoeken (in de 1ste lijn), begeleid. Neem een uur voor de intake en de huisbezoeken en een half uur voor de reguliere consulten en tel daar twee extra consulten bij op voor e.v. extra support.

2.      Zoek naar een afspraakboek, computer afspraak programma of ontwerp zelf een programma dat continuïteit van personen faciliteert.

3.      Ga de dialoog aan met collega’s en vrouwen in eigen praktijk of team, om het zorgconcept van continuïteit van personen met vrouwen te bespreken, om het in te voeren.

4.      Begin en hou vol. Het starten met doorlopende en meer sociaal gerichte begeleidingen kan aanvankelijk zwaar vallen, omdat het zorgpatroon vraagt om een volgende aandachtige houding. De vrouw moet doorlopend leidend zijn in de relatie (zie theoretische onderbouwing). Vrouwen spreken altijd als eerste en dienen volledig te kunnen uitspreken. Daardoor krijgen zij ruimte om in eigen woorden de situatie of e.v. probleem te verwoorden en voorzien zij de professional van betere informatie. De professional moet zich onthouden van onderbreken en praktische adviezen. Aandachtig luisteren, samenvatten wat de vrouw zegt en doorvragen ´met open vragen´ en ‘hoe’ en ‘wat’  vragen zal vrouwen stimuleren zelf na te denken en zorgvuldig te formuleren. Zo komen vrouwen tot nieuwe inzichten. Een snel volgend contact, bij een geconstateerd probleem, om er nogmaals over te spreken is behulpzaam en voldoende sociale steun. Bij een vervolg contact blijkt nogal eens dat vrouwen meer oplossingsgericht zijn dan we vermoeden.

5.       Maak een werkafspraken agenda voor praktijk of team voor onderlinge professionele support en overleg. Inspireer elkaar doorlopend in het volgend zijn aan vrouwen en blijf bij het patroon dat vrouwen steeds dezelfde verloskundige of arts, vanaf de intake tot aan de bevalling en tijdens alle huisbezoeken, treffen.

6.     Documenteer alle contacten, handelingen en besproken items met vrouwen consistent in het dossier. De vrouw heeft toegang tot dit dossier.  

7.      Evalueer in praktijk of team, vrouwen en professionals, 2, 4, 6 en 10 maanden na de start met continuïteit van personen in praktijk of team, om de voortgang te bespreken en praktische problemen direct op te lossen.

8.      Neem deel aan Netwerk bijeenkomsten. Aanmelden network.woman@planet.nl.

Doorlopende relaties in de 1ste, 2de en 3de lijn verloskunde zijn toepasbaar bij part – time werken, ook met een minimaal aantal werkuren.

 
Literatuur

·          Bell, A.F., Erickson, E,N., & Carter, S. (2014). Beyond Labor: The Role of Natural and Synthetic Oxytocin in the Transition to Motherhood. J. Midwifery Womens Health, 59, 35–42.

·          DBC. (2014). Diagnose behandeling combinatie. Inzicht in zorg prestaties. http://www.dbconderhoud.nl/dbc-onderhoud-nieuws/nieuws-algemeen/site-open-dis-data-biedt-inzicht-in-behandeldata-ziekenhuizen/menu-id-183115.

·          Dahlen, H.G., Kennedy, H.P., Anderson C.M., et al. (2013). The EPIIC hypothesis: Intrapartum effects on the neonatal epigenome and consequent health outcomes. Medical Hypotheses, 80, 656–662.

·           Dunbar, R.I.M. (2004). Gossip in Evolutionary Perspective. Review of General Psychology, 8, 2,100–110.
     
·          Kim, P., Mayes, L.C., Wang, X. et al. (2010). The plasticity of human maternal brain: longitudinal changes in brain anatomy during the early postpartum period. Behavioral Neuroscience ,  124, 5, 695- 700.

·          Kosfelf, M., Heinrichs, M., Zak, P.J. et al. (2005). Oxytocin increases trust in humans. Nature,  435, 673-676.

·          Oudshoorn, C. (2014). Verloskunde in Nieuw Zeeland en Nederland na een tweesprong. Globale uitkomsten van verloskundige zorg in twee landen. Onderzoek in bewerking.

·          Sandell, J., Soltani, H., Gates, S., Shennan, A., Devane, D.(2013). Midwife-led continuity models versus  other models of care for childbearing women (Review). Cochrane Database of Systematic 2013,  Issue 8.

·           Tracy, S,K., & Tracy, M. (2003). Costing the cascade: estimating the cost of increased obstetric intervention in childbirth using population data. Br. J. Obstet. Gynaecol., 110, 71724.

·          van Vugt, M., de Cremer, D., & Janssen, D. (2007). Gender differences in cooperation and competition: The male warrior hypothesis. Psychological Science, 18, 19-23.

·          WHO. (1996). Care in normal Birth: a practical guide. Maternal and newborn health/safe motherhood unit, family and reproductive health. World Health Organization: Geneva.  http://whqlibdoc.who.int/hq/1996/WHO_FRH_MSM_96.24.pdf

·          WHO. (2009). Working with individuals, families and communities to improve maternal and unborn health. WHO department of making pregnancy safer. World Health Organization: Geneva.

 

zondag 11 mei 2014

Anders, samen en beter in de nieuwe verloskunde

 

‘Tien Tips’

 
1.       Onderscheid stimuleert elkaar om bij de les te blijven. Echelonering behouden en over de grenzen van de echelons heldere werkafspraken maken. Gezamenlijk komen tot een breed gedragen omschrijving van de fysiologische zwangerschap, baring en kraambed 1,2. Term integrale verloskunde schrappen.   

2.       Relatie opbouw. Ken de mensen met wie je samenwerkt. Voor alle vrouwen maximaal twee bekende professionals en structureel één op één contacten van ten minste 15 minuten met die bekende professional gedurende de gehele zwangerschap in alle echelons. Indien gewenst/mogelijk bekende professional tijdens de bevalling 2,3.

3.       Gebruik EB ijkpunt dagelijkse praktijk. Gebruik ‘Tien Top Tips voor normaal bevallen’ 4.

4.       Menskracht voor aandacht. Meer instroom van verloskundigen in de 1ste lijn. Meer studieplaatsen en het aantrekkelijker maken van het werken in de 1ste lijn d.m.v. caseload verloskunde contracten (LMC contracten). Potentieel van 40+ verloskundigen beter benutten (ervaring en levenswijsheid). GVO- en psycho-sociale trajecten opzetten, zodat verloskundigen beter de leefomgeving van vrouwen die zij bedienen leren kennen 5.

5.       Tijd en geld voor aandacht. Verlagen caseload vrijgevestigde verloskundigen van 105 naar 45/35 eenheden per jaar  6,7,8.

6.       Focus op fysiologie en normaal bevallen. Verlagen of gelijk houden instroom specialisten in opleiding obstetrie. Volume 2de en 3de lijn niet verhogen.

7.      Gebruik kennis en inzicht baringsmechanismen en de neuro - fysiologie. Speciale scholing en verdieping van de kennis over de fysiologie en neuro- hormonale fysiologie om zwangerschappen, baringen en kraambedden beter te laten verlopen 4,9,10.

8.       Beseffen eigen impact op vrouwen. Gestructureerde samenwerking met vrouwen. Vrouwen actief betrekken bij directe zorg, VSV’s, onderzoek en innovatie 5.

9.       Vertrouwen en zinnige zorg. VIL, Verloskundige Indicatie Lijst opschonen.

10.   Thuis is OK. Thuisbevalling niet extreem promoten. Optie gepland thuis bevallen blijvend gebruiken 11.
 
Literatuur

1 Roman, B. &.  van den Wijngaart, M. (2011). Naar een nieuwe balans in de geboortezorg   Strategische verkenning van optimalisatiemogelijkheden van de verloskundige zorg tijdens preconceptie, zwangerschap, bevalling en kraamperiode. IVA, beleidsonderzoek en advies,Tilburg.

2 Oudshoorn, Tine. (2010). Duurzame verloskunde. Tijdschrift voor verloskundigen,35:11:49-50.
3 Oudshoorn, C. (2003). Bevorderen spontane bevallingen, het verhogen van effectiviteit van vrouwen door partnership. Literatuur onderzoek voor het opzetten van een quasi experimenteel onderzoek. Faculteit sociale wetenschappen, Open Universiteit Nederland.

4 Keijzer Gré & Oudshoorn Tine (2009). Tien Top Tips voor normaal bevallen. Tijdschrift voor verloskundigen,34(1):142-143. http://vvah.artsennet.nl/Nieuws/Tien-TOP-Tips-NORMAAL-BEVALLEN-HAPPY-BIRTH.htm

 5 Hendry, C. (2003). Midwifery in New Zealand 1990-2003: the complexities of service provision. Proefschrift. University of Technology, Sydney, Australië. Faculty of Nursing, Midwifery & Health. http://epress.lib.uts.edu.au/dspace/handle/2100/256.

 6 Radical midwives, UK (2012). Caseload  midwifery vision. http://www.midwifery.org.uk/wp-content/uploads/2013/02/The-Vision-2013.pdfndities.

7 NSW, Ministry of Health, (2012). Midwifery Continuity  Carer Model Tool-kit. http://www0.health.nsw.gov.au/pubs/2012/pdf/midwifery_cont_carer_tk.pdf

 8 NZCOM, (2014).Definition en scope of practice.  http://www.midwife.org.nz/in-new-zealand/definition-and-scope-of-practice/

 9 McNabb, M. (2014). Biologische en psycho-sociale aspecten van de voortplanting. Aangeboden ongepubliceerd artikel.
10 McNabb, M. (2011). Opportunity for midwives to contribute towards a reduction in perinatal mortality.  An educational research model proposal. Ongepubliceerd bijscholing programma.

11  de Jonge, A., Mesman, J.A.J.M., Manniën J., Zwart. J.J., van Dillen, J., van Roosmalen, (2013). Severe adverse maternal outcomes among low risk women with planned home versus hospital births in the Netherlands: nationwide cohort study. BMJ, 346:f3263. doi: 10.1136/bmj.f3263 (Gepubliceerd  13 juni 2013).

 

 

vrijdag 7 februari 2014

Inleiden, kan dat niet wat minder vaak?

De druk op vrouwen via professionals door protocollen zijn meest hinderlijk voor vrouwen die à terme zijn. Het maakt vrouwen en hun omgeving onzeker en bang, wat het spontane begin van de bevalling in de weg staat door oxytocine inhibitie. Het vertrouwen vermindert van vrouwen en daarmee vermindert de natuurlijke oxytocine flow. Ook het inleiden zelf is een ontkenning van wat fysiologische verloop van de zwangerschap en het normale begin van de bevalling moet zijn. Geduld zei Kloosterman ....... maar er is meer. 
Wij mensen krijgen evolutionair gezien nogal premature baby’s met erg grote hoofden.
Voor het welbevinden en de goede start van dat hulpeloze nog ongeboren kind met een relatief grote hoofd, vindt er ruim voor de bevalling mede onder invloed van onbekende en bekende stoffen als melatonine, uitstoot van oxytocine plaats, hetgeen de bevalling spontaan en op het juiste moment doet beginnen, vlot doet verlopen en moeder en kind beschermt.
Ruim voor de bevalling is al zichtbaar dat er oxytocine- uitstoot plaatsvindt bij de as moeders. Veel moeders lopen dan over van liefde voor hun ongeboren kind (Bergqvist, Katz-Salamon, Hertegard, Anand, Lagercrantz, 2010; Ceanga, Spataru & Zagrean, 2010; Khazipov, Tyzio & Ben-Air, 2008;  Mazzuca, et al., 2011).
Na de bevalling zorgt de grote hoeveelheid circulerende oxytocine voor de binding tussen moeder en kind, de vlotte geboorte van de placenta, de preventie van excessief bloedverlies en het toeschieten van de borstvoeding. Direct na een spontane bevalling kunnen vrouwen spontaan en zichtbaar collostrum produceren.
De medische wetenschappen achten het kunstmatig toedienen van het aanvankelijk natuurlijk verkregen oxytocine (pitruitrine) en nu de synthetische oxytocine voor, tijdens en na bevallingen al generaties ongevaarlijk, zonder dat langdurige effecten zijn onderzocht (Clark, Simpson, Knox, & Garite, 2009; Viero, et al., 2010). Bewezen is dat het toedienen van synthetische oxytocine aan de moeder tijdens de bevalling directe negatieve invloed heeft op het sociale gedrag (zoekgedrag) van haar nieuwgeborene na de bevalling (Olza Fernández, et al., 2012). Mogelijk treedt bij een percentage van de kinderen die blootgesteld worden aan extra oxytocine een blokkade op van het feedbacksysteem met lange- termijn effecten.
Dus allereerst is het zinnig om zuinig te zijn met synthetische oxytocine en is het ons geboden te zorgen voor een fysiologisch en spontaan begin van de bevalling. Hoe en wat?
Gedurende de zwangerschap wordt aanvankelijk de oxytocine productie geremd door progestagenen. Later in de zwangerschap vinden er in de moederlijke hersenen een aantal opvallende veranderingen plaats. Daardoor hebben vrouwen, naarmate de zwangerschap vordert, een verhoogde behoefte aan vertrouwde relaties en hechtere sociale banden (Kim, et al., 2010; Kosfelf, et al. 2005). Vrouwen zoeken al eeuwen tijdens zwangerschap en bevalling steun bij ervaren genereuze vrouwen. De onbaatzuchtige steun (partnership) en relatieopbouw bevordert bij zwangere vrouwen het herstel of de toename van vertrouwen in eigen kunnen, self-effcicay, motiveert en verhoogt daarmee locus of control, hun vertrouwen in de goede afloop van de bevalling wat van groot belang is om goed door de a.s. bevalling heen te komen (Murphy – Lawless 1998; Oudshoorn, 2003). De behoefte van vrouwen aan vertrouwde relaties heeft dus zin, omdat het zorgt voor vertrouwen van vrouwen en daarmee natuurlijke oxytocine uitstoot die de bevalling spontaan doet beginnen.
Door verbreding en verdieping van de kennis over de fysiologische neuro-hormonale situatie en veranderingen in paren en leren in te spelen op de fysiologische cyclus die vrouwen en hun partners doorlopen gedurende de zwangerschap, is inleiden te voorkomen. Zo zorgt een eenvoudige Zweedse of ontspanningsmassage aan het eind van de zwangerschap al voor voldoende oxytocine uitstoot om de balans te herstellen. Wat zou het mooi zijn als daar gebruik van gemaakt gaat wordt, in plaats van te vroeg te gaan strippen en psychologisch de druk opvoeren 'een wekelijkse massage'. Ook bewust het vertrouwen van vrouwen stimuleren is goed voor een spontaan begin van de bevalling.
Drs. Mary McNabb verloskundige en fysioloog verzorgt met ervaren trainers een leercyclus die ook in Nederland te volgen zal zijn door professionals en as ouderparen. Het doel is met de betere kennis uit de neuro-fysiologie, natuurlijker en speelser door zwangerschap, bevalling en kraambed te komen en daarmee het significant reduceren van inleidingen en bijstimuleren van bevallingen.
Het begeleidend onderzoek dat aan deze leercyclus gekoppeld is, moet uitwijzen dat vrouwen  vaker op tijd en spontaan beginnen met de bevalling als zij mee bewegen met de oxytocine en andere hormonale flow gedurende het tweede gedeelte van de zwangerschap. Ook zoekt ze naar meer inzicht door uitwisseling met professionals en paren om onzinnige protocollen te neutraliseren. 
Deze leercyclus loopt al enige jaren in het buitenland. De leercyclus wordt mede begeleid door Midwifery Business; midwiferybusiness@planet.nl (pssst ..... dit is reclame).
Literatuur
Bergqvist, L.L., Katz-Salamon, M., Hertegard, S. Anand, K. J., Lagercrantz, H. (2009). Model of delivery modulates physiological and behavioral responses to neonatal pain. Journal of Perinatology, 29, 44-50.
Ceanga, M., Spataru, A., Zagrean, A.M. (2010). Oxytocin is neuroprotective against oxygen-glucose deprivation and reoxygenation in immature hippocampal cultures. Neuroscience letters, 477, 15-18.
Clark, S. L., Simpson, K., Knox, G, E., Garite, T.J. (2009). Oxytocin: new perspectives on an old drug.  American Journal of Obstetrics and Gynaecology, 200, 35.

Khazipov, R., Tyzio, R., Ben-Air, Y. (2008).  Effects of oxytocin on GABA signalling in the foetal brain during delivery. In: Neumann, I.D., Landgraf, R. (Redacteur). Advances in Vasopressin and Oxytocin. Progress in Brain Research, 170, 243-257.

Kim, P., Leckman, J. F., Mayes, L. C., Feldman, R. W., Xin S., James E.  (2010). The plasticity of human maternal brain: longitudinal changes in brain anatomy during the early postpartum period. Behavioral Neuroscience, 124(5), 695-700.
Kosfelf, M., Heinrichs, M., Zak, P.J., et al. (2005). Oxytocin increases trust in humans. Nature, 435, 673-676.
Mazzuca, M., Minlebaev, M., Shakirzyanova, A., Tyzio, R., Taccola, G., Janackova. S., et al. (2011). Newborn analgesia mediated by oxytocin during delivery. Frontiers in Cellular Neuroscience, 29(1), 44-50.
Murphy-Lawless,  J. (1998). Reading birth and death: a history of obstetrical thinking. Cork: University Press.
Olza Fernández, I., Marín Gabriel, M, Malalana Martínez A., Fernández-Cañadas Morillo A, López Sánchez, F., Costarelli, V. (2012). Newborn feeding behaviour depressed by intrapartum oxytocin: a pilot study. Acta Pædiatrica, 101(7), 749-754.

Oudshoorn, C. (2003). Bevorderen spontane bevallingen, het verhogen van effectiviteit van vrouwen door partnership. Literatuur onderzoek voor het opzetten van een quasi experimenteel onderzoek. Faculteit sociale wetenschappen. Open Universiteit Nederland.
Viero, C., Shibuya, I., Kitamura, N., Verkhratsky, A., Fujihara, H., Katoh, A., et al, (2010). Oxytocin: Crossing the Bridge between Basic Science and Pharmacotherapy. CNS Neuroscience & Therapeutics, 16, 138–156.