donderdag 28 maart 2013

WAT ZIJN ONZE DRIJVEREN?

           
  


 
Motivatie is de kracht die ons bewust en onbewust voortduwt om iets te bereiken. Een doel, een bepaalde richting. Motivatie kan voortkomen uit een wens, uit nieuwsgierigheid of er kan druk van buitenaf zijn, die ‘dwingen’ dingen te doen. Drijfveren, ‘motivatie-stijlen’, verschillen voor de verschillende situaties en onderwerpen, maar zijn er desalniettemin. We kunnen onze drijfveren gebruiken, vooral als we iets nieuws willen gaan doen of iets willen veranderen. Drijfveren geven ons inzicht in de manier waarop we dingen doen, oppakken, leren en verwerken. Als we de eigen belangrijkste drijfveren kennen, dan kunnen we snel situaties herkennen en doorzien en daarmee beoordelen of ze aan onze behoeften en het doel wat we hebben voldoen. Daarmee worden we dus meest effectief.

Vijf – tien minuten zijn genoeg om de eigen drijfveren te leren kennen. Print deze tekst uit en beantwoord de onderstaande vragen.

Begin met het lezen van de dikgedrukte woorden in de linkerkolom. Kies daarna ‘snel’ één van de korte statements die er achter staan. Kies dat statement wat momenteel het beste bij je past, behalve bij de vragen die over ‘vroeger’ gaan. Zet een kruis op het statement dat je kiest.Tel daarna de kruisen in de kolommen, van boven naar beneden, op en noteer het totaal, per kolom, onder in het vakje.

De vragen leveren geen ‘goede’ of ‘foute’ antwoorden op en geven geen oordeel. De som van je persoonlijke keuzen bieden je zicht op je persoonlijke drijfveren.




IK BEN TROTS ALS IK
Dingen voor elkaar krijgen
Mensen kan helpen
Over dingen kan doordenken
IK DENK HET MEESTE AAN
Wat er hierna komt
Mensen
Ideeën, plannetjes
OM TE ONTSPANNEN HEB IK DE NEIGING OM
Alles te doen wat zorgt dat ik ontspan
Beetje rondhangen en met vrienden kletsen
Lezen, internetten
IK HOU ER VAN DINGEN TE DOEN
Nu meteen, of volgens planning
Als het iedereen uitkomt
Als het goed voelt voor mij
OP OF VIA INTERNET HOU IK VAN
Dingen opzoeken en terugvinden
E-mailen, forums bezoeken, chatten
Beetje rondkijken, rond surfen
PROJECTEN ZOUDEN MOETEN
Op tijd klaar zijn
Gedaan worden in groepen
Zinvol voor mij zijn
OP SCHOOL HIELD IK VAN
Constant vragen stellen
Vrienden maken
Onderzoeken
SCHEMA’S EN PLANNINGEN
Houden dingen overzichtelijk
Helpen mensen samenwerken
Zijn een nuttig instrument
IK WIL HERKEND WORDEN AAN HET FEIT DAT IK
Netjes ben, georganiseerd productief, efficiënt en punctueel
Op mensen let, vriendelijk ben, eerlijk, attent en zorgzaam
Slim ben, dingen ontdek en problemen oplos
BIJ HET TOT STAND BRENGEN VAN DINGEN
Maak ik af waar ik aan begon
Vermeld ik de bijdragen van andere mensen
Volgens mij is leven een reis, geen doel

TOTAAL


Doel:

Relatie:

Leren:

De kolom met het hoogste aantal kruisen, geeft je ‘primaire’ drijfveer aan. De kolom met het een-na-hoogste aantal geeft je tweede drijfveer aan. Over het algemeen springt één gebied er uit en zit er wat overlap in een tweede gebied.

Je eerste drijfveer:

Je tweede drijfveer:

Als je doelgericht bent, zullen je waarschijnlijk je doelen proberen te bereiken via een rechtstreekse en duidelijke route. Daarbij maak je gebruik van een referentie, een boek, je computer, of je belt iemand die er veel over weet – het is maar net, wat er beschikbaar is. Je houdt ervan mensen persoonlijk te ontmoeten, omdat dat volgens jou de meest effectieve manier is om dingen te regelen. Leren op zich vind je niet zo veel aan.

Als je relatie-gericht bent, doe je aan dingen mee vanwege de sociale contacten. Als je mensen ontmoet en met ze omgaat, dan leer je het gemakkelijkst. Je houdt er in de regel niet van om alleen en onafhankelijk te werken en je aandacht puur op het onderwerp te richten in plaats van op de mensen, omdat dat de interactie weghaalt die belangrijk voor je is.

Als je leer-gericht bent, wordt je gedreven door de praktijk van het leren zelf. Je zoekt naar kennis-voor-de-kennis en je raakt gefrustreerd als je langer bezig moet zijn met procedures en processen dan met het werkelijk vergaren van kennis.

Er is een vierde drijfveer, die hier niet aan bod komt, omdat hij ontzettend weinig voorkomt. Het is de zgn. kick-gerichte drijfveer. Dit is niet zozeer gericht op bepaalde zaken, als wel wég van alles wat mensen ‘belemmert’. Dat wil niet zeggen, dat kick-gerichte mensen geen doelen kunnen bereiken of relaties onderhouden, maar als iets naar hun gevoel te veel tijd of belemmeringen oproept, raken ze onrustig en gefrustreerd. Als je kick-gericht bent, dan ben je waarschijnlijk impulsief en dat wil je ook blijven. Je zoekt de kick en vlucht voor alles wat dat niet te bieden heeft. Iedereen voelt of gedraagt zich wel eens impulsief en we hebben allemaal wel eens de drang om los te breken als we ons belemmerd voelen, maar meestal buigen we die drang een beetje om, in plaats van er meteen op te reageren en ons daardoor te laten leiden.


Marcia L. Conner, 1993-2002. All rights reserved.

  
Biezenmortel, januari 2004.
Bewerkt voor blog happybirthnederland, Epen, maart 2013.
Foto afkomstige uit eigen collectie. Beeldje van Olympisch sportster. Olympisch museum, Olympia, Griekenland, 2011.

donderdag 7 maart 2013

Sprookje


Een arme Chinees riep de jaloezie op van de rijkste mensen van het land, want hij bezat een buitengewoon wit paard. Iedere keer als men hem voor het dier een fortuin aanbood, antwoordde de oude man: “Dit paard is meer dan een dier voor mij, hij is een vriend en ik kan hem niet verkopen?”
Op een dag verdween het paard. De buren die voor de lege stal bijeengekomen waren, gaven hun mening: “Arme idioot, dit was te verwachten dat dit dier gestolen zou worden. Waarom heeft hij het niet verkocht? Wat een ongeluk!”
De boer bleek wat bedachtzamer te zijn: “We moeten niet overdrijven, zei hij. We kunnen stellen dat het paard niet meer in de stal staat. Dat is een feit. De rest is een oordeel van uw kant. Hoe weet u of het een ongeluk of een geluk is? We kennen slechts een deel van deze geschiedenis. Wie weet wat er nog zal gebeuren?”
De mensen maakten de oude man belachelijk. Al heel lang vonden ze hem maar een onnozele idioot. Twee weken later kwam het witte paard terug. Het dier was niet gestolen, hij had zelf de benen genomen en was naar de groene weide gegaan. En na zijn escapade kwam hij terug met een twaalftal wilde paarden. Opnieuw kwamen de dorpelingen samen: “Je had gelijk. Het was geen ongeluk, maar een zegen.”
-”Zover wil ik niet gaan,” zei de boer. “Laten we ons beperken tot de constatering dat het paard is teruggekomen. Hoe weten we of het een geluk is of een ongeluk. Het is slechts een deel van een hele geschiedenis. Kunnen we door een zin te lezen de inhoud van een boek kennen?”
De dorpelingen gingen uiteen, ervan overtuigd dat de oude man raaskalde. Twaalf mooie paarden krijgen was ontegenzeglijk een gift uit de hemel. Wie kon dat nou ontkennen? De zoon van de boer nam de taak op zich de wilde paarden te dresseren. Een van hen wierp hem op de grond en vertrapte hem. De dorpelingen kwamen weer bijeen en gaven hun mening:
“Arme vriend! Je had gelijk, deze wilde paarden hebben je geen geluk gebracht. Je enige zoon is verlamd. Wie zal je bijstaan in je oude dagen? Je bent echt te beklagen!”
-”Niet zo snel,” antwoordde de boer. “Mijn zoon kan zijn benen niet meer gebruiken. Dat is alles. Wie weet wat het ons zal brengen. Het leven laat zich beetje bij beetje zien, niemand kan de toekomst voorspellen.”
Enige tijd later brak de oorlog uit en alle jonge mensen van het dorp moesten het leger in, behalve de invaliden.
“Oude man”, klaagden de dorpelingen, “je had gelijk. Jouw zoon kan niet meer lopen, maar hij blijft bij je terwijl onze kinderen de dood tegemoet lopen.”
Vrij verteld naar een sprookje van Lao Tse.

 

 

dinsdag 26 februari 2013

Geef terug die bevalling!


Bevallen is helemaal geen strikt medisch technisch proces zoals steeds vaker te horen en te lezen is. Bevallen is een autonoom, fysiologisch, neuro-hormonaal gestuurd proces, waarbij sociaal psychologische en spirituele zaken een even belangrijke rol spelen. Spontane bevallingen rond de uitgerekende datum vragen nauwelijks om medisch technische hulp. Spontane bevallingen  vragen om ‘voor vrouwen’ bekende te vertrouwen begeleiders, die het fysiologische proces kennen en doorgronden en in staat zijn dat wijs te faciliteren. Helaas zijn er daar weinig van.
Omdat het proces autonoom en meer sociaal dan medisch van aard is, moeten vrouwen het zelf doen. Hun lijf doet het werk en ze moeten het autonome proces zelf faciliteren, zij moeten de unieke signalen volgen en die vooral niet tegenwerken. Daarvoor hebben zij vrijheid en controle nodig. Ze moeten ‘zelf’ kunnen doen en laten. Ja, dat weten we al eeuwen.
Sinds de 17de eeuw zien veel professionals dat anders en eigenen het proces stukje bij beetje zich toe. Leerboeken staan er vol van.
Wie doet de bevalling vragen we op straat aan zwangere vrouwen. De dokter of de vroedvrouw? We noemen dit cultuur. Het is dagelijks observeerbaar. Is dit gedrag het product van de medische cultuur sinds de invoering van instrumenten om bevallingen te verkorten of is het een eindproduct van het sociaal competitieve (leer) proces dat wij vrouwen eeuwen voorleefden; dat we aan de ideeën en technieken van mannen meer waarde hechten, dan aan het oergevoel van vrouwen en de ideeën en ruime ervaring van wijze vroedvrouwen of moet het medisch georiënteerde gedrag van het regelen en controleren van spontane bevallingen met veel techniek en meten bij springlevende gezonde vrouwen en baby’s opgevat worden als een gedragspatroon of cultureel gedrag (Cosmides & Tooby, 1992)? Voer voor sociologen en psychologen.
Wat we dagelijks zien en wat vrouwen dagelijks ervaren bij spontane bevallingen is dat professionals (dokters en verloskundige alike) sturen en controleren om zelf controle te houden. Vrouwen volgen zonder veel morren. Slechts enkele vrouwen zijn zeer radicaal en opstandig, na vaak zeer slechte ervaringen en besluiten de zaken helemaal zelf te regelen, ‘the freebirth movement’.
Het is dus een redelijk stabiel patroon in onze cultuur dat vrouwen gedurende bevallingen BIJNA alles doen wat ze wordt opgedragen. ‘Liggen’ en ze gaat liggen, alsof ze hondjes zijn.  De vrouw legt zich tijdens de spontaan begonnen en normaal verlopende bevalling er (letterlijk) bij neer en geeft zo haar autonomie en eigen verantwoordelijkheid weg. Hulpeloos op de rug met de benen omhoog. Erger kan het niet. Zo kan ze haar eigen signalen helemaal niet meer voelen, laat staan volgen en zo stagneert het proces dus nogal vaak. Dan is medische hulp nodig en wordt er achteraf gezegd ‘hoe goed het is’ dat er ingegrepen kon worden, terwijl bij lopen en staan stagnatie en de bijgevolgen van stagnatie veel minder voorkomen. Een zichzelf voorspellende profetie.
Schier onmogelijk is het voor vrouwen om ‘NEE dat doe ik niet’ te roepen als zij volop aan het ontsluiten is en doorlopend oxytocine produceert. De oxytocine flow maakt het vrouwen onmogelijk te vechten, immers als zij gaat tegenstribbelen stopt de oxytocine output, doordat adrenaline de overhand krijgt. Weg weeën. De oxytocine flow ontspant en maakt vrouwen meer volgzaam. Dat weten professionals intuïtief al eeuwen, want zelfs de meest brutale meid is dan volgzaam.
Zo ontstond dus de huidige Nederlandse verloskundige cultuur. Het is tijd om die cultuur te veranderen. Geef vanaf vandaag de bevalling terug aan de vrouw! Laat vrouwen hun eigen gang gaan, 'stimuleer ze alleen maar rechtop blijven' tijdens bevallingen, zodat ze in staat blijven de eigen unieke signalen te volgen.
Gebruik de ‘Tien TOP Tips voor normaal bevallen’ als evidence en ga aan de slag met de slogan De bevalling, die is van vrouwen!
Cosmides, L., Tooby, J. (1992). The Psychological Foundations of Culture. In J. H. Barkow (Ed.). The Adapted Mind: Evolutionary psychology and the Generation of Culture. New York: Oxford University Press.
Keijzer Gré, Oudshoorn Tine (2009). Tien Top Tips voor normaal bevallen. Tijdschrift voor verloskundigen, 34(1),142-143. http://vvah.artsennet.nl/Nieuws/Artikel/Tien-TOP-Tips-NORMAAL-BEVALLEN-HAPPY-BIRTH.htm

dinsdag 19 februari 2013

De uitdrijving, het fysiologische patroon en hoe dat ruimte te geven

Gré Keijzer- Landkroon en Tine Oudshoorn PGDip ED
Gepubliceerd in het Tijdschrift voor Verloskundigen,  2010,(6):42-44. 

De uitdrijving wordt vaak gezien als een apart en vooral kritisch deel van de bevalling dat los
staat van de ontsluitingsfase. Het gedrag van de omstanders wordt opeens actief en er lijkt
haast gemaakt te moeten worden. Een fysiologische uitdrijving is echter een geïntegreerd
deel van de gehele bevalling. Opjutten en aansporen werken verstorend. Als vrouwen de
kans krijgen het zelf te doen en instinctief gedrag te ontwikkelen, verloopt het geboorteproces
soepel en zal zelden stagnatie optreden.

Vroede heren
Eeuwenlang werd de uitdrijving grotendeels passief in verticale houding ondergaan totdat mannelijke hulp - verleners (vroedheren) het verloskundige werkveld betraden in de 17e eeuw. Zij schoten te hulp bij stagnerende baringen, maar tegelijk ontstond daarmee een medisch technische visie op de uitdrijving (De Jonge, 2008; Metz-Becker, 1999; Murphy-Lawless, 1998). Gevolg was dat liggend bevallen de norm werd voor alle vrouwen, zelfs bij wie helemaal geen sprake was van enige problematiek (De Jonge, 2008). Door onbekendheid met en het uitschakelen van de werking van de zwaartekracht tijdens liggend bevallen werd het noodzakelijk om het actief persen te stimuleren. De uitdrijving is echter in principe een proces, waarbij actief meepersen niet essentieel blijkt te zijn (o.a. Byron, 2005; Gupta, 2000; Roberts en Hanson, 2007). Vooral de positie van de vrouw blijkt bepalend voor de natuurlijke voortgang van de uitdrijving (Enkin et al. 2000; Downe, 2008; Walsh, 2007).

Hodge 3
Bij volkomen ontsluiting én een diepste deel van de schedel boven of op het derde vlak van Hodge mag er nog geen sprake zijn van actief uitdrijven. Persen in rugligging met opgetrokken knieën, is dan zelfs obsoleet. Met die houding wordt de bekkeningang namelijk verkleind. Juist dan heeft de bekkeningang optimale ruimte nodig voor de doorgang van het laatste deel van de schedel. Door vernauwing van de bekkeningang, die we oproepen met liggend persen met opgetrokken knieën, wordt de doorgang voor de foetale schedel belemmerd en kan de foetale conditie worden benadeeld door onnodige compressie. Bovendien kan de liggende houding de oxygenatie van de foetus negatief beïnvloeden door vena cavacompressie met intra-uteriene hypoxemie en hypoxie als gevolg (Enkin et al 2000; Roberts en Hanson 2007).
Door juist te gaan staan met min of meer gestrekte heupen als de cervix volkomen ontsloten is, zal de schedel door de zwaartekracht en de weeën verder indalen. Als actief meepersen uitgesteld wordt, krijgt het bekken de tijd om zich aan te passen aan de mate van indaling en de bouw en ligging van de baby. Het uitdrijven is een dynamisch proces.
Onder voorwaarde dat de vrouw letterlijk op haar voeten staat, zal zij in staat zijn om intuïtief de meest optimale houding aan te nemen, passend bij de mate van indaling van de schedel. Als een vrouw staat, voelt ze precies aan wat er met haar lichaam gebeurt en kan ze daar gemakkelijk op ingaan. Door de verticale houding is de vrouw actief, voelt zich betrokken en is verantwoordelijk.
Sturing en advies zijn verstorend en onnodig. Overigens kan, vaker dan we denken, in deze fase een rustperiode optreden die gerespecteerd moet worden (Walsh, 2007).
De actieve persfase start veelal pas als de schedel op Hodge-4 staat en grotendeels zichtbaar is. Van belang is dat vrouwen op de been blijven, dus lopen of staan (Keijzer-Landkroon, 2003).

Uitdrijven
Verruiming van de bekkeningang gaat ten koste van de afmetingen van de uitgang en omgekeerd. Wij veronderstellen dat de vrouw daardoor intuïtief zal gaan hurken als de grootste omvang van de schedel zich ter hoogte van de spinae bevindt en de schedel grotendeels zichtbaar is. Iedere aanmoediging, verbaal of niet, is een interventie die intuïtief gedrag verstoort. De benige bekkenuitgang wordt door diep hurken significant verwijd (30%). Bij de diepe vrije hurkzit worden de zitbeentjes naar buiten en naar voren verplaatst door veerwerking van de hamstringspieren. Daardoor wordt de afstand tussen de spinae vergroot (Keijzer-Landkroon, 2003).

Samenvattend kunnen we stellen dat de passage door het bekken een uiterst complex proces is waarbij verschillende factoren een rol spelen. Westerse vrouwen hebben vaak moeite om diep te hurken door een relatief korte Achillespees. De diepe vrije hurkhouding kan gemakkelijker uitgevoerd worden als er een hielondersteuning geboden wordt zoals bijvoorbeeld bij gebruik van de baarschelp of desnoods een paar sandalen met een hakje niet hoger dan vier centimeter.
Uit observaties blijkt dat vrouwen, als zij worden gestimuleerd ‘te doen’ wat goed ‘voelt’, zij instinctief het juiste doen om het kind spontaan geboren te laten worden (Downe, 2008; Walsh, 2007; Keijzer-Landkroon, 2003).
Dat kan zuchten zijn maar evengoed instinctief persen en hurken als de schedel grotendeels zichtbaar is. Iedere vrouw is uniek, dus iedere vrouw heeft haar unieke gedrag tijdens de uitdrijving (Walsh, 2007). Staat de kinderlijke schedel bijna, dan gaan de meeste vrouwen met het bovenlijf iets naar achteren leunen. De heupgewrichten verkeren daarmee in een grotere hoek dan zij waren tijdens bijvoorbeeld het hurken. Dit is ook weer een instinctief uitgevoerde actie om de nakomende schoudertjes het voordeel van een verruimde bekken - ingang te bieden.
Bovendien wordt de werking van de zwaartekracht verminderd of zelfs gehalveerd omdat het gewicht van het kind dan niet meer recht boven het bekken staat. Een kort moment van rust doet zich dan vaak voor (Keijzer-Landkroon, 2003). De verminderde en beter verdeelde druk op de vagina en bekkenbodem, laat het weefsel rustig oprekken. De schedel kan onder de beste omstandigheden draaien en daarmee presenteert de smalste omvang zich in de vulva, wat de kans op letsel zal verkleinen. Tegelijkertijd wordt door mechanische prikkeling van de indalende schedel de aanmaak van oxytocine door de hypofyse achterkwab gestimuleerd. De hoogste oxytocineniveaus worden behaald door stimulatie van de ‘stretch receptoren’ in de lagere vagina, dus als het voorliggend deel staat (Buckley 2003; Vandeneynde 2008).
Oxytocine die op hoog niveau blijft en even later nodig zal zijn om de placenta geboren te laten worden, het bloedverlies te beperken en de borstvoeding op gang te brengen.

Voor het verloop van het baringsproces is het beter als op dat moment even ‘niets’ wordt gedaan en de natuur haar gang kan gaan. De begeleider kijkt toe, handen op de rug. Aanraken, oprekken of knippen is onnodig. Dit hindert vrouwen in zeer grote mate. Laten we stellen dat het stimuleren van actief persen dus vanaf nu uit de mode is bij een normaal verlopende bevalling. Het maakt namelijk niet uit in tijd en levert een betere conditie op van het kind en een meer fysiologisch verloop (Byron en Down 2003; Gupta, 2000; Schaffer et al 2005).

Groot kind
Bij een groot kind, dat zich met de rug naar achteren presenteert aan het begin van de indaling en waarbij het foetale achterhoofd naar voren wil draaien, is relatief veel ruimte nodig voor de lange inwendige spildraai. De bekkeningang en de bekkenuitgang zijn hier mogelijk tegelijk bij betrokken, vooral bij kleine vrouwen en een voor hen relatief groot kind. Deze vrouwen willen en kunnen minder diep hurken om de heupgewrichten in een wat grotere hoek te laten verkeren. Zij blijven intuïtief staan of hurken minder diep om zo de maximale ruimte in het bekken te benutten. Een heel enkele keer zal een kleine vrouw met een relatief groot kind, al staande de heupen zelfs achterwaarts overstrekken om de schoudertjes geboren te laten worden (Keijzer-Landkroon, 2003).

Variëren, goed voor elk
Variëren van houding en het volgen van signalen van het lichaam zorgen op natuurlijke wijze voor optimale benutting van de beschikbare ruimte in het bekken (Keijzer-Landkroon, 2003).OPPIES
De staande houding ondersteunt de natuurlijke voortgang en is fysiologisch. Alleen de positieve bekrachtiging van de vertrouwde begeleider (je weet het…, ga mee met de signalen van je lijf…, wees niet bang en het gaat goed…) is nodig en houdt de vrouw in balans en geconcentreerd.
Het is van belang dat vrouwen zich bewust zijn van hun vrijheid om iedere houding tijdens de bevalling aan te kunnen nemen (behalve liggen op de rug). Globale kennis van het fysiologische proces, hoe zij beter voor zichzelf en het ongeboren kind kunnen zorgen tijdens ontsluiting en baring en gesprekken over de aanstaande bevalling, behoren daartoe aan bod te komen (Enkin et al. 2000; De Jonge, 2008).
De verticale houding en onafhankelijke positie bij de fysiologische baring geeft de vrouw meer controle over haar eigen bevalling. Het geeft haar ‘het heft in handen’ wat haar ervaring positief beïnvloedt. Onze ervaring is dat met een verticale baringshouding de kans op een verwijzing wegens niet vorderende uitdrijving significant afneemt.
Voor verloskundigen en artsen betekent dit meebewegen met vrouwen en vaker door de knieën gaan om het kind ‘op te vangen’. Knielen en hurken is overigens een goede afwisseling voor de voorovergebogen staande houding, zoals gebruikelijk bij de bedbevallingen bekend van de gemedicaliseerde verloskunde. Wij zien het als een vorm van gymnastiek en als een natuurlijke support van een meegaande begeleider. Op de sportschool doen we toch niet veel anders?

Baarschelp
De baarschelp biedt de hielondersteuning die hurken op de volledige voetzolen voor westerse vrouwen gemakkelijk uitvoerbaar maakt. Het juiste moment om de baarschelp in te zetten is als de barende vrouw duidelijk neigt tot hurken als de schedel grotendeels zichtbaar is. Bij een primigravida kan gewacht worden tot de schedel over het perineum schuift; de hurkfase duurt meestal 10- 15 tien minuten tot de geboorte van het kind. Wel is het noodzakelijk in de hurkfase ontspanningshoudingen aan te nemen tijdens weeënpauzes. Dit betekent voorover of achterover op of tegen iets te leunen om de circulatie in de knieën te herstellen. De baarschelp is speciaal ontworpen om op bed gebruikt te worden waarbij een ergonomisch verantwoorde werkhouding voor zowel de barende vrouw als ook voor de verloskundige gewaarborgd is.
De baarschelp kan daarom vaker gebruikt worden, ook in een ziekenhuis. Voor de verloskundige, die niet gewend is verticale bevallingen te begeleiden, is er op deze manier goed zicht op het perineum. Dit is in feite niet nodig, maar in de praktijk blijkt het moeilijk af te leren om ‘zicht te willen hebben’.

Nota Bene februari 2013: Bij de afwachtende en het proces respecterende begeleiding, hierboven beschreven, is de vrouw minstens vanaf 8 cm ontsluiting actief vertikaal, dus staand of lopend om de mogelijkheid te hebben de heupen, indien zij daar behoefte aan heeft, te strekken. Dit bevordert het verder indalen van de soms nog hoogstaande schedel en voorkomt schouder dystocie op een later tijdstip. Het actief hoofd en schouders ontwikkelen is daarmee obsoleet geworden.

Literatuur
Buckley S J. (2003). Giving birth: the endocrinology of ecstacy. Kindred, 5(3).
Byron A, Downe S. (2005). Second stage of labour: challenging the use of directed pushing. Midwives. 2005;8:4:168-69.
Downe S (2008). Normal Birth Evidence and debate. London: Churchill Livingstone.
Enkin M, Keirse MJCN, Neilson J, Crowther C, Duley L, Hodnett E, Hofmeyr JA (2000). A guide to effective care in pregnancy and childbirth.3th edition. Oxford: University press en www. maternitywise.org/guide’. http://www.childbirthconnection.org/article.asp.
Gupta JK, Hofmeyer GJ (2000). Position for women during second stage of labour. Cochrane Database Syst Rev;(2):CD002006.
Hallam C (2003). Building for better birth. Review of the NCT annual conference held in London on 13 June 2003. Midwives. 2003;6:9:382-83.
Jonge A de (2008). Birthing positions revisited, examining the evidence for a routine practice. Proefschrift, Universiteit van Nijmegen.
Keijzer – Landkroon M (2003). Het ballet van de uitdrijving. Een positie en een hulpmiddel .In reader workshop ‘Happy Birth’ 2005 – 2008. Epen: Midwifery Business.
Keijzer – Landkroon M (2003). De baarschelpmethode. Voordachten over resultaten en gebruik van de baarschelpmethode, in de workshops ‘On hands and knees’ 2003 en 2004 en ‘Happy Birth’ 2005 t/m 2007. Epen: Midwifery Business.
Metz-Becker M ( 1999). Hebammenkunst, gestern und heute. Zur Kultur der Gebärens duch drei Jahrhunterte. Marburg: Janus Verlag.
Munro J, Spiby H (2000). Evidence-based guidelines on normal birth. Sheffield: The Central Sheffield University Hospitals.
Murphy-Lawless J (1998). Reading birth and death: a history of obstetrical thinking. Cork: University Press.
Roberts J, Hanson L (2007). Best practices in second stage labour care:maternal bearing down and positioning. Journal Midwifery Womens Health. 52(3):238-45.
Schaffer J I, Bloom S L, Casey BM, McIntire DD, Nihira MA, Leveno K J. (2005) A randomized trial of the effects of coached vs uncoached maternal pushing during the second stage of labor on the pelvic floor structure and function. American Journal of Obstetrics and Gynecology. 192(5):1692–96.
Vandeneynde S. (2008). Hoe kan de vroedvrouw de foetus ejectie reflex beschermen? Eindwerk Vroedkunde. Hoge School Limburg, Hasselt (B).
Walsh D (2007). Evidence-Based Care for Normal Labour and Birth. A guide for midwives. UK: Routledge:Taylor & Francis Group. RAKTIJK

maandag 11 februari 2013

HAPPY BIRTH IN HONGKONG

The  14Th of January 2013 I had the opportunity to visit the maternity units of the 100 years old Kwong Wah Hospital in Hongkong.
That was a very interesting visit.
I was particular interested in the integrated birth centre run by midwives. The receiving was warm, open and friendly. Mrs. Alice Sham, midwife general manager, Mrs. Pey Leng Tang the first consultant midwife in Hongkong and the midwives working at the integrated birth centre showed me with pride there centre and gave me all the information I asked for.
The specific objective of the birth centre is ‘keeping birth normal’. The environment is a University Hospital in the middle of the modern metropolis Hongkong. Mrs. Alice Sham the general manager of the maternity unit and the integrated birth centre of the Kwong Wah hospital, is as well general nursing manager at the TWGHs Wong Tai Sin Hospital and the president of the Hongkong Midwives Association. What she with her team is achieving in perspective of ‘keeping birth normal’ is a wonder (see ‘The state of the world’s midwifery’ below). 

Mrs. Alice Shams’ objectives are clear and she has a sound vision. Care with total focus on needs of individual women and respect for the physiological process as is estimated and proved over and again that an undisturbed physiological birth process protects women and children. No epidurals or other pharmaceutical pain relievers are offered, without a solid indication and after using alternative methods to overcome problems during birth in this centre. The vision is ‘that birth is a physiological autonomous process’. Leave it as it is. Facilitate the process as professional the best you can, but without disturbance or fuss.

Primarily ‘one to one’ care is given from pregnancy on, so women know their midwife. Furthermore is much time spend in preparing couples. Women are given massage and are informed and use specific methods and advises during pregnancy for better neuro -physiological balance. This to enhance wellbeing, reduce stress and so avoiding problems during pregnancy and avoiding induction of labor after 41+ weeks. The same methods are used as alternative for pharmaceutical methods of pain relieve during birth and by signals of arrest of labour. Women are well and openly informed about the policies and methods of the birth centre on forehand. The specific policy and methods of this integrated birth centre are an incentive to Hongkong women to give birth there. Every year 750 women are guided in the birth centre by 15 midwives.

Thus the group midwives of this integrated birth centre are continue aware of keeping birth normal and are using as less as possible interventions. They enhance particular the physiological process by the use of new knowledge from the neuro-physiology, neuro- psychology in combination with fine tuned midwives knowledge for the guiding of a physiological birth process. They all follow regular (refresh) courses in Hongkong, Australia and the UK to enhance their skills; to be able to keep birth normal with creativity and joy.

The chosen policy generates success, more and more normal births are observed in the birth centre. There is openness in the centre and a ‘yes’ culture has developed. Happy atmosphere there, with time for women and visitors.

One of the basics principles the centre use, are the ‘Ten Top Tips’ for normal birth. The simple Tips generate new ideas and improvements in a very natural and ‘step by step’ way. Gradual change guided by the clear vision and objectives on what to avoid and what to promote seems to be most vital to achieve more spontaneous happy births and happy and healthy mothers and babies in this birth centre.


The state of the world’s midwifery
___________ 2011 _____________

Continuous midwifery care in Kwong Wah Hospital, Hong Kong

In 1999, the Continuous Midwifery Care (CMC) Team started midwife-led care service in
Kwong Wah Hospital, Hong Kong. Two teams of experienced midwives provide
comprehensive antenatal, intra-partum and postnatal care to low risk childbearing women.

These midwives also act as health educators and counsellors for the mothers-to-be and their
families. In 2007 an Integrated Birth Centre for low-risk care was built with a home-like
environment and is run by the CMC Team midwives. This care model aims to:
·         promote natural birth;
·         provide continuity and individualized maternity care to low-risk women throughout
pregnancy and childbirth;
·         provide women with an alternative choice of maternity care;
·         promote non-pharmacological pain management in pregnancy by using fit ball,
breathing exercises, music therapy and childbirth massage during labour;
·         promote breastfeeding;
·         promote family-centred care; and
·         support professional development and enhance job satisfaction of midwives.

This service is guided by the departmental protocols agreed to by midwives and
obstetricians. Normal, low-risk women with no medical complications or unfavourable
obstetrical history are eligible to join the CMC Team care. During the first antenatal visit,
women interested in this model will be interviewed by CMC Team midwives and seen by an
obstetrician. With the consent of the woman and obstetrician, CMC Team midwives will
provide the subsequent antenatal, intra-partum and postpartum care. Birth plans will be
designed by the midwives with the women and their families. During pregnancy, labour and
after delivery, whenever an abnormality is detected, the woman will be jointly consulted by
an obstetrician and the CMC Team midwife.

In 2010, 94.4 percent of women cared for by the CMC Team midwives achieved normal
deliveries. More than 70 percent of them started breastfeeding immediate after childbirth and
more than 52.4 percent sustained breastfeeding six weeks postnatally.

Prepared by: Chu Sing, Pey Leng Tang and Alice Sham, Kwong Wah Hospital, Hong Kong
SAR.

The Hongkong midwives I have met, send all reading of this blog warm greetings. They like to visit the Netherlands for the exchanging of ideas and establishing inspirational professional peer connections. Contact: midwiferybusiness@planet.nl.
Literature
·         IsHak, W,W., Kahloon, M., Fakhry, H. (2010). Oxytocin role in enhancing well-being: A literature review.  Journal of Affective Disorders. doi:10.1016/j.jad.2010.06.001.
·         Keijzer, Gré., Oudshoorn, Tine. (2009). Tien Top Tips voor normaal bevallen. Tijdschrift voor verloskundigen. Vol.34(1):142-3.
·         Khazipov, R., Tyzio, R., Ben-Air, Y. (2008).  Effects of oxytocin on GABA signalling in the foetal brain during delivery. In: Neumann, I.D., Landgraf, R. (Redacteur). Advances in Vasopressin and Oxytocin. Progress in Brain Research. 170:243-257.